Doop of nope

Illustratie: Joke De Wilde

Doopcultuur in Antwerpen

Bijna even oud als de dooptraditie zelf is de tegenbeweging die stelt dat dopen 'niet meer van deze tijd is'. Het afgelopen jaar moest elke club door corona zijn ‘welkomstritueel’ ernstig herdenken terwijl het maatschappelijke draagvlak zienderogen krimpt na de dood van Sanda Dia. Wat voor velen nog steeds een kernstuk van het studentenleven wordt genoemd lijkt ten dode opgeschreven. Ons doopdossier wil alle voor- en tegenargumenten naast elkaar plaatsen om te kijken of het doopritueel het redden waard is en welke mentaliteitsveranderingen bij zowel de clubs als de critici daarvoor nodig zijn. Om het dossier boven de doopvont te houden geven we jullie als potentiële schachten een overzicht om zelf een geïnformeerde keuze te kunnen maken. 

De universiteit denkt bij eerstejaars aan nieuwe studenten die opgevangen moeten worden – al is het maar om de uitvalcijfers binnen de perken te houden. Een studentenclub denkt bij eerstejaars niet minder aan nieuwe studenten die opgevangen moeten worden, misschien wel in de armen van een rigoureuze schachtentemmer. Als kenners van de regels van het studentenleven hopen clubs met hun rituelen niet enkel hun leden aan zich te binden, maar vooral ook aan elkaar. Vriendschappen voor het leven, zo luidt het cliché. Tot daar het narratief; nu de hoofdvraag: waarom zou je een hele dag op de knieën gaan zitten, jezelf met smurrie laten bedekken en ranzige voedselcombinaties doorslikken, allemaal terwijl er mensen van soms amper een jaar ouder tegen je schreeuwen dat je slechts een kutschacht bent?  

Het is niet onbegrijpelijk dat je als oningewijde wat met grote ogen naar die laatste zin kijkt. Een onmiddellijke nuancering is dan ook noodzakelijk: elke club doopt anders en enkel de grootste horrorverhalen blijven overeind en halen het journaal. Dat een journalist van Gazet van Antwerpen zich in 2017 mee liet dopen bij Lingua, departementsclub Taal- en Letterkunde en Wijsbegeert, een genuanceerd – zelfs licht positief – verhaal bracht, weten weinigen nog. De studenten die zich niet één maar meerdere keren laten dopen, gewoon voor de leut, wordt niet om hun mening gevraagd, maar eerder een soort stockholmsyndroom verweten. 

Het lieve leed 

Het lijkt misschien vreemd dat sommige studenten zich meer dan één keer laten dopen, maar het gebeurt vaker dan je denkt. De doop is namelijk slechts het startmoment: na de doop ben je officieel schacht tot je ontgroend wordt tot commiltoon. De ontgroening stelt in vergelijking met de doop meestal weinig voor: een formeel ritueel waarbij je een ad fundum met bier (of een niet-alcoholische variant) en zout drinkt, meestal op een cantus. Het is die tussenperiode als schacht die sommige studenten net leuk vinden. Nogal wat clubs geven je nog ludieke schachtenopdrachten doorheen het jaar, al komen die vaker neer op promotie voeren voor en aanwezig zijn op de clubactiviteiten dan wat anders. Bovendien zit je tijdens cantussen steevast in de schachtenbak. Dat komt neer op de pineut van de zaal zijn, al geldt dat evengoed als troef als je van aandacht houdt. 

Hoewel sommige clubs strenger zijn dan andere, zijn al de bovenstaande zaken vaak niet eens nodig om ontgroend te kunnen worden; het leeuwendeel van de clubs vindt het namelijk fijn om meer leden te hebben en zal je indien je gedoopt bent, ook ontgroenen. Sterker zelfs: als er één ding is dat je uit dit artikel meeneemt, is het dat je je helemaal niet moet laten dopen om lid te worden van een studentenclub. Dat gebeurt namelijk door een lidkaart te kopen en zelfs die heb je vaker niet dan wel nodig om naar een activiteit van een club te trekken.  

De meeste universiteitsclubs doen aan een eendagsdoop. Je wordt (bijna altijd verkleed volgens een specifiek thema) verwacht om je te laten leiden doorheen een reeks proeven. Een regelmatig terugkerend element is je fysiek laten afbeulen in een drill: een mix van fysieke oefeningen waarin je moet tonen hoe graag je het wil terwijl er op militaristische wijze tegen je geroepen wordt. Een ander berucht gegeven is het vettige gedeelte, waarin je besmeurd raakt met de goedkoopste voedingswaren die je praesidium bij elkaar kon rapen en je allerlei ‘lekkers’ krijgt gevoederd; naargelang de club kan dat gaan van pickles met slagroom tot rauwe ajuin en als je pech hebt hondenbrokken of kattenvoer. Kroonjuweel van vettigheid is de schachtenpap, een huisbereide vloeiende maaltijd waardoor je vaak al van de geur alleen moet kokhalzen. Clubs die aan schachtenpap doen, maken meestal verschillende versies voor vegetariërs of allergielijders, maar allemaal even onprettig om te drinken. 

Daarnaast zijn er vaste elementen zoals de ‘olifantenpas’ en het scanderen van vuile praat. Het gaat in hoofdzaak om jezelf over je schaamte heen te zetten en jezelf belachelijk te maken in het openbaar en het van buiten leren van het clublied. De machtsverhoudingen zijn binnen die context niet meer dan een soort rollenspel waar de meeste doopmeesters uitvallen lang voor de doop gedaan is. 

Toch zijn er onmiskenbare problemen. Net omdat elk jaar talloze verenigingen bewijzen dat een doop niet plaats hoeft te vinden in afgesloten kelders waar men het gevoeg niet anders kan doen dan op een zeil, maakt het zichtbaar dat sommige actoren gewoonweg crimineel gedrag stellen. Dat het zo vaak goed loopt, kan nooit een excuus zijn voor de excessen zoals degene die leidden tot de dood van Sanda Dia.  

Chauvinistisch charter 

Ook het Antwerpse stadsbestuur is van die mening. Jinnih Beels: “Wat Sanda Dia is overkomen heeft het debat rond welkomstrituelen op scherp gezet: wat is de zin van dat welkomstritueel en, nog belangrijker, hoe kunnen we organiseren anno 2021 zonder vormen van vernedering, machts- en alcoholmisbruik?” Het stadsbestuur wil dat debat voeren met haar Antwerpse studenten. “We hebben al een doopcharter en zetten nu de stap naar een beleid rond welkomstrituelen in een participatief traject dat start in oktober. We hopen samen met jullie te landen op een hedendaags beleid tegen mei 2022.” 

Antwerpen heeft al sinds 2008 het doop- en feestcharter. Dat houdt onder meer in dat de fysieke en mentale integriteit van de deelnemers gewaarborgd blijft, dat er niet overmatig alcohol mag gedronken worden, maar ook dat er moet gedoopt worden op openbare plaatsen – en dus toegankelijk voor controle van ordediensten. Clubs die het charter niet ondertekenen mogen in principe niet dopen, sterker zelfs, in artikel 31 van het Statuut van de UAntwerpen-student staat letterlijk dat je niet mag deelnemen aan dopen door clubs die het charter niet ondertekend hebben, op straffe van een tuchtprocedure. Er wordt in de regelgeving van UAntwerpen dus geen onderscheid gemaakt tussen diegenen die dopen en diegenen die gedoopt worden.  

De ‘regels' van het doopcharter spreken eigenlijk voor zich.

 

Het charter wordt door de brede studentenpopulatie gedragen volgens Wout, Vice-Praeses van Ingenium, Faculteitsclub Ingenieurswetenschappen: “Het doopcharter wordt elk jaar geüpdatet, dat is natuurlijk goed om het hedendaags te houden. De ‘regels' van het doopcharter spreken eigenlijk voor zich. Wij zijn ervan overtuigd dat we deze mening delen met de andere studentenverenigingen en net zoals de rest geen problemen hebben met de huidige werking van het charter.” Ingenium neemt ook uitdrukkelijk afstand van clubs als Reuzegom: “Na de verhalen over de extreme ‘doop’ van Sanda Dia denken velen dat dat een normale doop is. Bij onze club, en eigenlijk overal in Antwerpen, is dat allesbehalve het geval! We denken dat de dooptraditie vele voordelen heeft; je wordt in een grote groep studenten gesmeten met wie je samen dezelfde dingen doormaakt. Dat schept een band.”  

Zo voelt ook Jasper zich over de zaak. Hij is schachtentemmer van De Chips, een themaclub voor kotstudenten op de stadscampus: “De dooptraditie blijft volgens ons haar nut behouden; het zorgt ervoor dat er een echte groep ontstaat, de nadruk ligt dan ook op een hechte band tussen de schachten maar ook tussen hen en het praesidium. De sfeer is altijd gemoedelijk, met hier en daar wat geroep voor de show. Het vernederen of onmenselijk behandelen van schachten hebben geen functie in een beschaafde samenleving.”  

Dopen omgedoopt 

Niet elke studentenvereniging heeft een doop; vele themaclubs focussen liever op hun thema dan op traditionele studentikoziteit. Ook verenigingen die focussen op politiek en/of levensbeschouwing hebben minder nood aan een bindingsactiviteit omdat lid worden al een zekere binding impliceert. Zelfs onder faculteit- en departementsclubs zijn er die passen voor het ritueel, zoals Modulor van Ontwerpwetenschappen en Wikings-NSK van Toegepaste Economische Wetenschappen. Departementsclub Geschiedenis Klio zet zich wat in het midden: zij heeft haar doop ‘omgedoopt’ naar een initiatiedag. 

Eigenlijk is het opvallend dat net de departementsclub Geschiedenis expliciet afstand neemt van de traditie, of toch van haar naam. Nathan, praeses Klio: “We houden net vast aan de traditie omdat we overstappen naar de kern: het bevorderen van een goede groepsdynamiek. Het concept van het drillen en het smerig maken kunnen we met een gerust hart weglaten, het geeft ons meer tijd om nieuwe leden ons clublied en Antwerpen beter te leren kennen.” Sommige zaken die typisch zijn aan de doop blijven wel behouden, zo verwacht Klio nog steeds dat je verkleed komt en zal er nog steeds een ontgroeningscantus plaatsvinden. “Uiteindelijk gaat het vooral om meedoen. Van die cantus moet niemand schrik hebben, het is gewoon een gezellige avond zingen met vrienden. We hebben al jaren aan een stuk praesidiumleden die niet drinken, we forceren alcoholconsumptie dus totaal niet”, aldus Nathan. 

 

Het machtsverschil moet verdwijnen.

 

Ook voor Translatio, departementsclub Taalkunde, is het tijd voor verandering. Jasmien is als PR en Schachtentemster lid van het driekoppige doopteam van de club: ”Translatio heeft een rijke doopgeschiedenis, maar toen we al die tradities en rituelen nader bekeken zijn we toch tot de vaststelling gekomen dat we liever als gehele groep kunnen genieten van de dag.” Na de noodzaak om een ludiek doopalternatief te voorzien door COVID maakt Translatio schoon schip met haar reputatie als hardere doopclub. “De belangrijkste aanpassing is de beslissing om het vettige gedeelte volledig te schrappen,” stelt Jasmien, “niemand wordt vuil of moet rare voedselcombinaties eten. Dat is ook makkelijker en toffer voor ons als praesidium. Het gaat niet alleen om bonding tussen de schachten onderling maar ook tussen schachten en de rest van de club. Het (machts)verschil moet verdwijnen.” 

Veilige vetzakkerij 

Corona is nochtans niet volledig afgelopen. De kans is dus groot dat het ook dit jaar bij alternatieven blijft. Jasmien: “Indien de doop niet zou mogen doorgaan door veranderende coronamaatregelen, zal het doopteam de koppen bijeen steken om, net zoals vorig jaar, een leuk en veilig alternatief te vinden opdat onze schachten toch een voorproevertje hebben van het studentenleven in een ‘normale’ tijd."  

Ook Ingenium voelt de bui hangen. “Dopen in tijden van corona hangt serieus af van de huidige maatregelen”, weet Wout, “We hebben vorig jaar in tijden van de lockdowns toch geprobeerd elkaar te leren kennen via een online quiz, gamenights, een online escape room, wandelingen en zoektochten in beperkte groepjes en een ‘How to Cantus’ in een soort picknick in groepjes van tien. Als vervanging van de doop waren er schachtenopdrachten op afstand. Op die manier krijgt iedereen alle tradities mee, maar jammer genoeg zonder het werkelijke feest. Als het niet anders kan, zullen we dat opnieuw doen maar na twee onlineactiviteiten ben je het natuurlijk wel een beetje beu om wéér achter je pc te moeten zitten.” 

 

We houden stevig het heft in handen en controleren zowel doopmeesters als nieuwe praesidia om de grenzen van de schachten te respecteren.

 

Er zijn dus veilige alternatieven voorzien, maar wat met de veiligheid van the real deal? Clubs die aan een drill of vettig gedeelte doen, vragen uit voorzorg dat je eventuele fysieke klachten, allergieën en dieetkeuzen van morele of religieuze aard doorgeeft bij de inschrijving. Bij Ingenium werken ze met fluohesjes. Wout: “Zo kan er doorheen de doop rekening met hen gehouden worden. De Zedenmeesters van het praesidium letten erop dat alle schachten in orde zijn en grijpen in waar nodig. Tijdens de doopperiode koelt het snel af en sommige schachten kunnen het te koud krijgen; daarom zorgen we dat er genoeg warmtedekentjes aanwezig zijn. Daarnaast hebben we de voorbije jaren ook steeds een ambulance op stand-by staan doorheen heel de doop.”   

Ook bij De Chips beginnen ze de dag met navragen of ze zeker alle informatie hebben. Jasper: “Dubbelchecken is geen overbodige luxe. Daarnaast is het de taak van de ervaren praesidia om niet enkel de schachten maar ook de doopmeesters in de gaten te houden. Niet elke doper heeft al een doop meegemaakt, daarom zullen we stevig het heft in handen houden en zowel doopmeesters als nieuwe praesidia controleren om de grenzen van de schachten te respecteren” 

Grondige grenzen 

Dat brengt ons bij misschien wel het belangrijkste deel van de doop: grenzen. Tot op heden ben je een vrij burger en de bekliederde witte jassen en dikke linten hebben, in tegenstelling tot hoe sommigen zich gedragen, geen enkele werkelijke autoriteit. Los van enig engagement staat het je dus altijd vrij om te weigeren te doen wat er gevraagd wordt. Natuurlijk hopen clubs wel dat iedereen zo veel mogelijk meedoet, maar je eigen grenzen kunnen en durven stellen zou in een respectabele doop even belangrijk moeten zijn als ze verleggen. 

 

Je eigen grenzen kunnen en durven stellen is in een respectabele doop even belangrijk als ze verleggen.

 

Omdat grenzen aangeven in grote groep niet altijd makkelijk is, zet Translatio liever in op de ludieke activiteiten. Jasmien: “We gaan samen met onze lieftallige zedenmeesters veilige spelletjes spelen die volledig conform het doopcharter zijn. Die zullen al dan niet met alcohol zijn, maar de consumptie ervan is de beslissing van elke individuele schacht. Wil je alcohol? Top! Wil je geen alcohol? Ook top! We vinden het belangrijk om rekening te houden met de mening van iedereen die aanwezig is tijdens de doop. We willen dat iedereen een leuke tijd heeft en dat de schachten met een glimlach hun schachtenlint aanvaarden.” 

Finale twijfels 

Voor wie onzeker is over de doop heeft Wout één tip: “Zeg gewoon tegen je praesidium dat je twijfelt, wij blijven ook gewoon een hoop jongeren die af en toe graag een pintje drinken en graag genoeg een babbel slaan. Velen onder ons in het praesidium hebben ook getwijfeld om zich te laten dopen, het kan dus zeker geen kwaad om eens te vragen hoe het allemaal juist zit. Zo kan je erachter komen wat hen heeft overhaald. Vanuit onze kant is dat allemaal gemakkelijk gezegd, maar wij hebben die situatie ook allemaal meegemaakt.”  

Een finaal advies? De doopcultuur zit niet in haar laatste jaar, je kan met een gerust hart de kat uit de boom kijken en je pas laten dopen in een academiejaar wanneer je al wat steviger met de voeten op de universitaire grond staat. Niet alleen heb je dan een beter zicht op hoe je studieleven eruitziet, je hebt ook de tijd om een club uit te zoeken waar je je thuis kan voelen. Vrienden vind je heus niet enkel op de bodem van een beker schachtenpap. 

Artikel