Extract uit: Een brief voor de Sint?

Studentendopen 

Van studentenverenigingen gesproken… Wanneer ik met ze over de studentendopen in gesprek ga, valt heel vaak het woord ‘traditie’. Zoals de sinterklaasvertoningen zijn studentendopen een ritueel. Ook daar worden de oude vormen vaak zonder veel nadenken overgenomen, ook daar wil het wel eens foutlopen met weinig overdachte tradities.

Studentendopen komen al in de middeleeuwen in Europa voor en zijn een universeel verschijnsel, ook in Azië en elders. Ze zijn een variante op het overgangs- en initiatieritueel, waarmee we de grote momenten van ons leven markeren, zoals geboorte, puberteit, huwelijk en dood. In die plechtige momenten staat de vorm voorop, zoals deze vanuit traditie is overgeleverd. Bij zulke rites de passage kan je nogal eens drie fasen onderscheiden: de losmakingsrite, waarbij de nieuwelingen (m/v/x) uit hun oude positie stapen; de grensfase, waarbij zij in niemandsland vertoeven, zonder kenmerken van de vroegere of latere positie; en de laatste fase, de openingsrite, waarin zij  in de groep worden opgenomen. De overgang naar de derde fase vat aan met proeven waarmee de nieuwkomers moeten bewijzen dat zij ‘volwassen’ zijn geworden. Dat opent de weg voor de plechtige opname in de groep.

Niet in alle overgangsrituelen zijn de drie fasen aanwezig, en ook verschuift de klemtoon nogal eens. Laten we vanuit die focus de studentendopen van meer nabij analyseren.

In heel wat Vlaamse secundaire scholen vieren laatstejaars op ludieke wijze hun laatste Honderd Dagen. Dit ritueel, ‘chrysostomos’, beantwoordt eigenlijk aan de eerste fase, de losmakingsrite, van wat nadien de studentendoop zal worden.

Wat die doop zelf betreft, wil ik beklemtonen dat er veel fijne studentendopen zijn. Het probleem is echter dat de doop soms verglijdt naar een traditie waarbij de tweede fase overbeklemtoond wordt. De ‘grensfase’ zodus, waarin je je identiteit verliest en dus eigenlijk tot nul wordt gereduceerd … Zoiets opent heel gemakkelijk de weg naar vernederingen, en vandaag de dag is zoiets vaak problematisch.

Het insmeren met vuiligheid allerhande, het toeroepen en uitschelden en nog zoveel meer … dat alles heeft misschien wel een plaats in dat oude ritueel, maar het is wél de vraag of vernederen en kleineren vandaag nog kan worden geaccepteerd. Het antwoord daarop is: neen. Respect voor de fysieke en de psychische integriteit van eenieder is een fundamenteel recht. We hebben ook veel kennis verworven over groepsdruk en over de vernietigende kracht die daarvan kan uitgaan, waardoor soms dopelingen noch dopers in een positie zijn om ‘neen’ te zeggen. Heel wat ingeburgerde praktijken uit die tweede fase zijn zonder meer niet oké. Opnieuw: soms moet traditie wijken voor respect.