Waarom dopen we?

In elk transformatieproces kom je het belang van het overgangs- en ‘opname’ ritueel tegen. Een ritueel markeert, zorgt voor volwassenwording en een versterkte binding met de groep. Rituelen zijn overgangsmomenten waarop mensen zich verbinden met zichzelf en met elkaar. Ze herinneren ons eraan wie we zijn in relatie tot onze omgeving en het grotere geheel.

Rituelen kunnen een belangrijke transformerende functie hebben in het overwinnen van eigen angsten, blokkades en schaduwkanten. Het beleven van sterke emoties en het bovenmatig gewaarzijn van je fysieke lichaam (door aandacht, pijn, ontbering etc.) kunnen deze transformerende ervaring versterken. We herkennen deze zelfde principes in sjamanistische ‘Vision Quests’.

De kracht van een gedeelde ervaring is groot. Het draagt bij aan gemeenschapsvorming en overstijgt het individuele niveau. Zowel de principes van ‘communitas’ als ‘societas’ spelen een rol bij deze rituelen. Net zoals de systemische functies van ordening, insluiting en een plaats innemen binnen een groep. De initiatie is in die zin een krachtig en niet te onderschatten cultuur-instrument waarmee de waarden en tradities van de groep worden doorgegeven.

Het is belangrijk om genuanceerd te kijken naar rituelen. Er is een verschil tussen vernedering en nederigheid, waarbij het eerste een manier is om dominantie tonen en te ‘dehumaniseren’ en het tweede een vrijwillige beweging om in zelfreflectie en dialoog met iets ‘groters’ het eigen ego te overstijgen.

Belangrijk is deze vraag uit het wetenschappelijk rapport van UAntwerpen: wordt het doel bereikt? Is er effectief meer groepsbinding, kameraadschap, sociale cohesie en acceptatie van nieuwe leden na het doopritueel? Welke inzichten of wijsheid kunnen studenten via dit traject opbouwen over de spanningsboog tussen afhankelijkheid, leiderschap en eigenaarschap?

Creëert een dergelijke ‘toegangspoort’ een onderscheid tussen wel-gedoopten en niet-gedoopten? Bevordert het de exclusiviteit van een kleine groep? Vergroot het de polarisatie tussen voor- en tegenstanders? 

Willen we straffen, reguleren, een voorbeeld stellen of inspireren? Willen we controle-instrumenten om extremiteiten in te perken of willen we eerder een inspiratiegids of ethisch manifest aanbieden? Of kan het een combinatie van al deze zaken zijn?

Studentenverenigingen zijn bewust bezig met reputatiebeheer. Wij kunnen via dit project een gids zijn en een visie op genderongelijkheid, machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag en sociale druk meegeven. 

Als we de oefening maken en hieruit blijkt dat er voorstellen nodig zijn om de bestaande rituelen te  herzien, is dit wellicht patroondoorbrekend, een verschuiving over generaties heen. Wat zou er dan nodig zijn om veilig een patroon te doorbreken?